zaterdag 14 december 2013

Zweedse spekken: knäck

Toen ik op mijn 18de eindelijk kon ontsnappen aan de heimat had ik nooit kunnen vermoeden dat ik amper een paar maanden later de mensen zou leren kennen die tot op vandaag deel uitmaken van het kleine kransje echte vrienden dat een mens in zijn leven rond zich verzamelt.

Uit een vaste kliek van zes nogal uiteenlopende karakters bleven er uiteindelijk drie aan elkaar plakken. Een daarvan is de mama van mijn jongste metekindje, waarvoor ik niet dikwijls genoeg merci kan zeggen. De andere was ook een tijdje mijn collega en zie ik soms ruim een jaar niet, maar als we elkaar zien is dat telkens een feestje. Hartsvriendinnen, allebei.

Met een beetje geluk zien we elkaar in de loop van volgende week eens terug. Ik kijk daar zwaar naar uit. En ik heb bij wijze van voorpret net iets gemaakt waar één van hen nu al van loopt te zeveren: knäck.

Knäck, dat zijn Zweedse karamellen. Ter plekke geleerd en met scheepsladingen tegelijk klaargemaakt, in allerlei varianten. met chocola, met nootjes, met drank.... Probleem is dat je dat maakt met sirap, en dat ik dat hier zo direct niet kan vinden. Gelukkig voor de vriendin in kwestie zat ik in september in Denemarken, en daar verkopen ze dat spul ook. Ik heb nu al spijt dat ik maar één fles mee naar huis heb genomen.


 Het recept is poepsimpel maar wel een beetje gevaarlijk.

In een (saus-)pan met een dikke bodem (doe jezelf een lol en neem iets antiaanbak) giet je 2 dl room, 2 dl sirap (de lichte variant) en 2 dl suiker. Doe er een klontje boter bij en laat smelten. Hou dat spel bijzonder goed in de gaten, want eenmaal heet begint dat te borrelen en te bruisen en voor je het weet hangt heel de stoof vol! En dan is het een kwestie van te roeren en te roeren en nog een beetje te roeren totdat dat spel "pakt". Dat kan gemakkelijk dik twintig minuten duren. Testen kan door een beker koud water klaar te zetten en daar af en toe een druppel van dat beslag in te laten vallen. Als het mooi stolt maar nog net "nijpbaar" blijft is het klaar.

Daarna haal je dat van het vuur en lepel je dat bijzonder voorzichtig in bakpapieren cuvetjes. Wie ooit als eens zijn vingers gebrand heeft aan suiker weet waarom! Omdat ik dat na acht cuvetjes eigenlijk al beu was heb ik in bakpapier een vorm gemaakt waar ik de rest van de karamel in heb gegoten.


Laten opstijven in de koelkast. Omdat ik er behoorlijk goed in geslaagd was om de juiste consistentie te bereiken kon ik die lap karamel nog gemakkelijk in stukjes knippen. Is hij wat harder, dan zal je misschien stukjes moeten afbreken. Maar dat geeft niets, want dan is de kans groter dat je een groot stuk krijgt. Ha!


1 opmerking: